- Economische groei permanent onder niveau van voor de crisis
- Koopkracht daalt, spaartegoeden nemen toe
- Werkloosheid zakt licht naar 5%
De CPB-ramingen van december 2010 zijn maar op enkele punten bijgesteld ten opzichte van Prinsjesdag. Dit komt doordat in de jongste prognoses het nieuwe kabinetsbeleid is meegenomen. Tevens blijkt uit voorlopende indicatoren van de wereldhandel dat deze op een laag niveau zal stabiliseren, na de uitbundige groei in 2010. De modellen van de nationale rekenmeesters gaan niet uit van een dubbele dip.
Kerngegevens voor Nederland (in % ten opzichte van vorig jaar) Bron: CPB, december 2010
|
|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
Bruto binnenlands product (BBP) | 3,4 | 3,5 | 2,0 | -3,9 | 1,75 | 1,5 |
Consumptie huishoudens | -0,0 | 2,1 | 1,7 | -2,5 | 0,5 | 0,75 |
Bruto investeringen bedrijven (exclusief woningen) | 10,4 | 4,8 | 9,7 | -18,2 | -5,75 | 2,75 |
Uitvoer van goederen (exclusief energie) | 9,5 | 7,3 | 1,4 | -9,2 | 12,75 | 6,25 |
- w.v. binnenlands geproduceerd | 5,1 | 5,0 | -1,6 | -10,5 | 7,5 | 2,5 |
- w.v. wederuitvoer | 14,2 | 9,5 | 4,3 | -7,9 | 17,75 | 9,25 |
Invoer van goederen | 9,9 | 6,8 | 4,2 | -10,3 | 12,5 | 5 |
Koopkracht, mediaan alle huishoudens | 2,1 | 1,5 | 0,1 | 1,8 | -0,25 | -0,25 |
Contractloon marktsector | 2,0 | 1,8 | 3,5 | 2,7 | 1 | 1,5 |
Inflatie | 1,1 | 1,6 | 2,5 | 1,2 | 1,25 | 1,5 |
EMU-saldo | 0,5 | 0,2 | 0,7 | -5,4 | -5,8 | -4,1 |
Werkloosheid | 5,5 | 4,5 | 3,9 | 4,8 | 5,5 | 5 |
Relevante wereldhandel groei beperkt na 2011
In 2009 is de relevante wereldhandel in 2009 met 13,4% gedaald in 2009. Het wereldwijde economische herstel heeft de wereldhandel weer met ruim 10% laten toenemen. Voor 2011 en daarna verwacht het CPB een stabiele maar lage groei. Het groeipercentage komt in 2011 uit op 4,75%.
Doorwerking internationale situatie
De gevaren voor de wereldeconomie, en dus ook voor het exportafhankelijke Nederland, zijn duidelijk. Het afwenden van de crisis heeft de schuldposities verhoogd en overheden zien hun schulden verder oplopen door ontgroening en vergrijzing van de bevolking.
Uitgaven liggen structureel hoger dan de inkomsten, waardoor er begrotingstekorten blijven bestaan. Rond Prinsjesdag ging het CPB nog uit van een EMU-saldo van -5,8% in 2010 en -3,9% in 2011. Nieuwe doorrekeningen, waarbij ook de kabinetsplannen van Rutte en zijn ministersploeg zijn meegenomen, komen echter uit op een begrotingstekort van -4,1%.
Sterk eerste halfjaar druk tweede helft 2010
De Nederlandse economie is in de eerste twee kwartalen van 2010 gegroeid met respectievelijk 0,5% en 0,9% op kwartaalbasis. Daarmee is een uitstekende herstelreeks ingezet, waaraan na de zomer weer een einde is gekomen. In het derde kwartaal van 2010 is het BBP met 0,1% gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.
De overheersende kracht hierachter is voorraadeffect. De hernieuwde vraag naar grondstoffen, halffabricaten en producten vanuit bedrijven is dus tijdelijk van aard. Daarnaast hebben bedrijven in het tweede kwartaal van 2010 meer geïnvesteerd, vooral als vervanging van het machinepark.
Dit heeft industrie goede eerste halfjaarcijfers opgeleverd. In het kielzog hiervan hebben handelaren en transporteurs ook goede zaken kunnen doen. Dit effect is echter tijdelijk. Voor de korte termijn wordt een veel kleinere groei verwacht.
Het eerste halfjaar van 2010 is daarmee hoger is uitgevallen dan het onderliggende herstelpatroon. Dat maakt dat de krimp in het derde kwartaal geen reden tot paniek is.
Groeiende spaartegoeden
Consumenten geven meer uit dan een jaar eerder. Echter, het besteedbaar inkomen ligt nog altijd boven de consumptieve bestedingen. Daardoor neemt de spaarquote toe. Hiermee bouwen de burgers een spaarpotje op, die eens zal worden aangesproken.
Dat moment lijkt nog niet nabij, gezien de onzekerheid die de bezuinigingen, gerommel bij pensioenfondsen en het moeizame economische herstel bieden. Het consumentenvertrouwen loopt echter wel op, tot iets onder het langjarig gemiddelde in november 2010.
Al met al neemt de mediane statische koopkracht wel af. Deze daling komt uit op 0,25% in zowel 2010 als 2011. Dit komt doordat de loonstijging van 1% in 2010 achter blijft bij de inflatie van 1,25%. In 2011 liggen de loonstijgingen en de inflatie gelijk aan elkaar, maar dan daalt het aantal ww-uitkeringen.
Werkloosheid valt iets positiever uit
De werkloosheid werd in de Prinsjesdagraming nog op 5,5% in 2011 geschat. Dat is in de jongste prognose positief bijgesteld naar 5%. In de marktsector zal de werkloosheid nog wel iets oplopen, evenals bij de overheid. Dat wordt gecompenseerd door een flinke toename van werkgelegenheid in de zorgsector.