Het Rijk heeft voor al haar DBFMO-projecten (Design, Build, Finance, Maintain, Operate) een standaardcontract gemaakt dat dit voorjaar in gebruik moet gaan. Deze vorm van aanbesteden biedt zowel opdrachtgever als opdrachtnemer grote efficiencyvoordelen. Zowel nieuwe gevangenissen als nieuwe wegen die via deze PPS-vorm (Publiek Private Samenwerking) op de markt komen, doorlopen dezelfde procedure.
DBFMO-projecten zijn publiek-private samenwerkingen waarbij een overheidsinstelling het ontwerp, de realisatie, financiering, beheer en onderhoud en vaak ook de facilitaire dienstverlening van een project langdurig bij een privaat consortium onderbrengt.
Financieel voordeel
Voor marktpartijen die steeds vaker te maken krijgen met de combinatie van ontwerp, uitvoering, onderhoud, financiering en beheer, betekent het nieuwe contract een groot voordeel. Het gaat altijd om complexe projecten die miljoenen kosten. De aantrekkingkracht van deze meerjarige contracten is volgens het ministerie groot. Door ontwerp en onderhoud te combineren, zouden voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers grote efficiencyvoordelen kunnen ontstaan die op kunnen lopen tot 20% ten opzichte van traditionele contracten.
De verwachting is dat nu het economisch tegenzit, de belangstelling nog verder zal groeien omdat investeerders en financiers onder invloed van de kredietcrisis op zoek zijn naar veiligheid en minder bereid zijn om risico's te nemen. Projecten waarin de overheid participeert kunnen daarom erg interessant zijn omdat de overheid altijd een kredietwaardige en solide partner zal zijn.
Er klinken echter ook tegengestelde geluiden vanuit de bouwkolom. Het voortraject van een DBFMO-project kan erg lang en kostbaar zijn terwijl het voor een deelnemer nog altijd niet zeker is of hij de opdracht krijgt. De overheid kan daarnaast vaak alleen de prijs als criterium gebruiken bij de gunning. Enerzijds omdat ze anders beschuldigd kan worden van 'vriendjespolitiek' maar anderzijds ook omdat ze zich aan de Europese regelgeving op dit gebied moet houden. Daarnaast gaat DBFMO uit van een contract voor tientallen jaren, waardoor de afhankelijkheid van één partij in die jaren zeer groot wordt. Vanwege de concrete eisen, wensen en afspraken is er bovendien minder flexibiliteit. Functioneel aanbesteden zou hiervoor een oplossing zijn. De afspraken zullen dus ook mogelijkheden voor innovaties moeten ondersteunen.
Ontwerpvergoeding
Zoals gezegd gaat het binnenhalen van een DBFMO-contract gepaard met een intensieve dialoogfase en een forse ontwerpinspanning. Alle opdrachtgevers stellen daar inmiddels een vergoeding tegenover. Om meer marktpartijen in staat stellen om aan deze nieuwe aanbestedingsvorm deel te nemen, heeft de Rijksgebouwendienst de ontwerpvergoeding onlangs verhoogd. In de oude regeling was er sprake van een vergoeding van € 50.000 tot € 150.000, bij de nieuwe regeling deze verhoogd tot een vergoeding van € 700.000 tot € 1.000.000.
Om de kosten verder terug te dringen is overgegaan tot standaardisering van de contracten en begrippen. De basis is de concurrentiegerichte dialoog volgens een vaste procedure in drie fasen als opmaat naar het standaardcontract. Wel zijn er aparte modules voor infrastructuur en huisvesting, waar vaak een financiering- en beheercomponent bij zit. Defensie heeft een extra variant die betrekking heeft op veiligheid.
Voorjaar
Het standaardcontract is af, maar ligt nog bij een aantal betrokken partijen ter inzage voor kritiek. Nog dit voorjaar is het klaar voor gebruik. Rijkswaterstaat zal het nieuwe contract toepassen bij de A15 Maasvlakte-Vaanplein en de A12 Utrecht-Veenendaal. De Rijksgebouwendienst verwacht met het contract te werken bij de nieuwe gevangenissen in Zaanstad en Rotterdam (Noorderbocht).
Professionalisering
DBFMO wordt vaak gezien als een manier van bouwen die de kwaliteit van een project ten goede komt, de prijs drukt en faalkosten vermindert. Zo zou er een sterkere marktwerking van deze benadering uitgaan, waarbij verschillende bieders slimme manieren zoeken om tegen zo laag mogelijke kosten aan het contract te voldoen. Daarnaast gaat er een druk uit van het zelf moeten onderhouden van het bouwwerk. Marktpartijen hoeven niet alleen een project op te leveren, maar zijn ook verantwoordelijk voor het onderhoud. Met andere woorden: als een project veel of vroegtijdig onderhoud behoeft, kost het de marktpartij geld.
Met een standaardcontract voor PPS-projecten zet het Rijk een stap in de goede richting van de professionalisering van haar aanbestedingen. Doordat er nu uitgegaan wordt van een aantal standaarden, is het voor partijen die zich op deze markt willen begeven eenvoudiger geworden. Dit wordt versterkt doordat partijen die uiteindelijk niet gekozen worden een hogere vergoeding tegemoet kunnen zien.
BouwKennis Marketingmagazine: professionalisering van de bouwkolom
Over de rol van professionalisering binnen de bouwkolom kunt u alles lezen in het nieuwe BouwKennis Marketingmagazine dat in april 2009 verschijnt. Hierin leest u interviews met autoriteiten en inspirerende spelers in de bouwkolom. Daarnaast worden de relevante trends in de bouw en de marketing onderzocht. Het magazine vat bovendien het nieuws samen van het voorgaande kwartaal en bevat een boeiende fotoreportage.
Meer informatie omtrent het BouwKennis Marketingmagazine kunt u hier terecht. U kunt ook contact opnemen met Paul Waldekker van BouwKennis (010-2066996 of Waldekker@bouwkennis.nl).
Publicatiedatum: februari 2009