Een aantal politieke partijen hebben belangrijke afspraken gemaakt voor bezuinigingen in het Lenteakkoord. De woningmarktpartijen miste daar belangrijke hervormingen in en hebben gezamenlijk plan Wonen 4.0 gepubliceerd. Dat plan beschrijft de aanpak van de hypotheekrenteaftrek, lagere belasting en een Woontoeslag. De niet-deelnemende partijen reageren verschillend op de plannen.
- € 12,2 miljard aan bezuinigingen in Lenteakkoord
- Wonen 4.0: Hypotheekrente over een periode van dertig jaar afbouwen
- Vooral kritiek op lange termijn visie van Wonen 4.0
Na de mislukte Catshuisonderhandelingen en de val van het kabinet-Rutte werd door vijf politieke partijen de partijbelangen grotendeels overboord geslagen en gezamenlijk alsnog een akkoord bereikt over de essentiële bezuinigingsmaatregelen voor Nederland. In het zogenaamde Lenteakkoord is voor € 12,2 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen opgenomen. Voor de woningmarkt zijn er belangrijke afspraken gemaakt over het beperken van de hypotheekrenteaftrek, het permanent verlagen van de overdrachtsbelasting en het tegengaan van scheefhuren. Wat de maatregelen precies betekenen voor onze koopkracht wordt op dit moment uitgezocht door het Centraal Planbureau.
Handen ineen geslagen
Momenteel gebeurt er veel op de woningmarkt. Het consumentenvertrouwen is laag, de werkloosheid loopt op, het aantal verkochte woningen neemt af en de huizenprijzen dalen. Dat zorgt voor veel onzekerheid. Om daar een eind aan te maken, hebben verschillende partijen in de sector de handen ineen geslagen en 23 mei jl. het plan ‘Wonen 4.0’ gelanceerd. Vereniging Eigen Huis, huurdersorganisatie Woonbond, de branchevereniging van woningcorporaties Aedes en de makelaarsorganisaties NVM, VBO en VastgoedPro bieden de politiek hiermee een plan voor een integrale hervorming van de woningmarkt.
Drie ingrijpende veranderingen
De woningmarktpartijen hebben een pakket van samenhangende maatregelen samengesteld die zich vanaf startjaar 2015 over een lange periode gaan uitstrekken. Daardoor kan iedereen volgens hen zich tijdens de overgangsperiode aanpassen aan de nieuwe situatie. Ze hebben drie ingrijpende veranderingen bedacht die zoveel mogelijk regulering en invloed van de overheid stopzetten. Zo wordt de hypotheekrenteaftrek over een periode van dertig jaar geleidelijk afgebouwd. De hogere hypotheeklasten voor huishoudens worden gecompenseerd met geleidelijk lagere tarieven voor de inkomstenbelasting. Het eigenwoningforfait wordt afgebouwd en de overdrachtsbelasting wordt geheel afgeschaft. Ten tweede worden de huren van woningen die onder marktniveau liggen geleidelijk verhoogd. De jaarlijkse huurinkomsten van een corporatie mogen stijgen met het inflatiepercentage plus 2%. Daarbinnen kunnen corporaties de stijging variëren volgens de zogeheten huursombenadering. Hierdoor ontstaat een betere relatie tussen de hoogte van de huur en de kwaliteit en waarde van de woning. De hogere huren worden ook hier gecompenseerd met geleidelijk lagere tarieven voor de inkomstenbelasting. Verder willen zij een Woontoeslag introduceren als steun voor lagere en bescheiden middeninkomens in zowel de huur- als de koopsector.
Kritiek
Zoals op alle grote plannen met veel veranderingen is ook op Wonen 4.0 al kritiek. Bouwend Nederland reageert in Cobouw negatief op het gepresenteerde plan. De belangenbehartiger van de bouwers acht een nog breder perspectief in het totale belastingregime noodzakelijk. Daarnaast hekelt de organisatie het grote theoretische gehalte van het woonakkoord. “Het gaat om plannen voor de zeer lange termijn: 30 jaar. Die zullen in elk geval de problemen op de korte termijn niet oplossen”, klinkt de reactie.
Bart van Leeuwen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken: 'Het is goed dat het plan iets doet aan de huurmarkt, want dat is volgens ons het grootste probleem. Wij maken ons nog wel zorgen over de consequenties die dit heeft voor de koopkracht van huizenbezitters.'
G4 & Johan Conijn scharen zich achter Wonen 4.0
De vier grote steden lieten weten dat zij achter het woningmarktakkoord staan. De wethouders van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht denken dat de plannen de vastgelopen huur- en koopmarkt in hun steden weer op gang kunnen helpen. Hoogleraar woningmarkt aan de UvA Johan Conijn vindt het 'klasse van deze partijen die tegengestelde belangen hebben': 'Het is heel belangrijk dat nu voor het eerst niet deelbelangen de overhand krijgen, maar het algemeen belang. Men heeft een plan gemaakt waarmee de woningmarkt beter gaat functioneren. Dat vindt ook Hugo Priemus, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. Hij noemt het een ‘historisch akkoord’: ‘Het is een doorbraak omdat groepen die altijd hele verschillende opvattingen hebben over de woningmarkt het nu met elkaar eens zijn geworden en niet over een slap compromis maar over een heel duidelijk kompas waar we jaren mee vooruit kunnen.
Woonakkoord brengt rust op woningmarkt
De NVB, de vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers, is positief over het plan. “Het is een goede poging om wat rust op de woningmarkt te brengen, onzekerheid bij consumenten weg te brengen, te focussen op waardebehoud en de doorstroming weer op gang te brengen. Dat zijn elementen, waar wij van harte achter staan”, stelt Leendert Meijers, adjunct-directeur van de NVB. Het Verbond van Verzekeraars ondersteunt het woningmarktakkoord. 'Hoewel over het daarin geschetste eindperspectief een nadere discussie gevoerd mag worden, vormt het plan een goede basis voor nader overleg', stelt het Verbond. De organisatie ziet meer in de brede aanpak van Wonen 4.0 dan in de maatregelen die in het lenteakkoord van VVD, CDA, D66, Groenlinks en ChristenUnie worden genoemd.
Spies: 'Plan toont urgentie situatie woningmarkt aan'
Demissionair minister Liesbeth Spies (CDA): 'Dat partijen die zulke tegengestelde belangen hebben het eens worden over een hervormingsplan toont wel aan hoe urgent de situatie op de Nederlandse woningmarkt is. Een in het oog springend verschil met het Lenteakkoord is dat er in het plan niet wordt bezuinigd terwijl dat nu juist een belangrijke zorg is van het kabinet.' De reactie van Spies is belangrijk, want uiteindelijk bepaalt de politiek wat er gaat gebeuren met het plan. Waarschijnlijk blijft het plan liggen tot na de verkiezingen.
Publicatiedatum: juni 2012