Home Blog Volledig circulair in 2050?!

Volledig circulair in 2050?!

Marktpotentieel van 5 verdienmodellen bij circulair ontwikkelen en bouwen

Spijkerbroeken als isolatiemiddel, demontabele gevels van aluminium en hergebruikte stoeptegels als ballast voor zonnepanelen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden die tijdens het circulair ontwikkelen en bouwen van een project gebruikt kunnen worden. Met het oog op de ambitie van de overheid om in 2030 voor 50% circulair te zijn en in 2050 volledig, moeten marktpartijen in de bouw creatief zijn om circulaire gebouwen te bewerkstelligen. Vanzelfsprekend is de financiering van circulaire bouwprojecten een issue. De vijf verdienmodellen in dit blog schetsen wellicht een positiever beeld waarmee de financiering in mindere mate een hindernis is.

De bouwsector is de grootste gebruiker van grondstoffen en energie van alle sectoren. Maar liefst 250 miljoen ton grondstoffen per jaar worden er verbruikt, wat neerkomt op bijna de helft van het totaalverbruik van Nederland. Daar komt bovenop dat 40% van de totale co2 uitstoot uit de bouwsector komt. Bovendien is de sector ook verantwoordelijk voor 23 miljoen ton sloopafval wat meestal verwerkt wordt tot bijna waardeloos steengruis. Deze aantallen en percentages moeten omlaag om in de toekomst welvaart blijvend mogelijk te maken. Dit zal gevolgen hebben voor bestaande marktpartijen in de bouw en vraagt om een ander soort samenwerking tussen de marktpartijen. Ondanks deze hindernissen, leert de praktijk ons dat het mogelijk is. Onderstaande vijf verdienmodellen helpen wellicht om een circulair bouwproject van de grond te krijgen.

1. Circulaire inputs (*****)

‘Het gebruik van niet-toxische hoogwaardig gerecyclede biobased of biologisch afbreekbare grondstoffen, materialen en producten die hernieuwbaar of herbruikbaar zijn’. Grondstoffen worden alleen ingezet wanneer het nodig is en zullen waarde toevoegen voor, tijdens en na een project. Voorbeelden van hernieuwbare grondstoffen zijn hout, hennep en vlas. Idealiter wordt er in de ontwerpfase gekeken hoe materialen voor zowel de leefomgeving rondom een gebouw als het binnenklimaat een positieve effect hebben. Dat zorgt uiteindelijk voor een lager energiegebruik en een betere gezondheid en arbeidsproductiviteit van medewerkers. Meerwaarde is te behalen door aan het begin van de keten kennis in te zetten over de gebruiksfase en gebruiksduur. Hierdoor zullen slopers en recyclers de restwaarde van een gebouw niet meer als nihil beschouwen, maar juist als rijke grondstoffenbank. In dit geval worden recyclers de nieuwe grondstoffenleveranciers. Voor handelaren ligt er een rol weggelegd als ketenregisseur. Al met al is dit het meest veelbelovende verdienmodel met betrekking op circulair bouwen.

2. Product-dienstsystemen (***)

Met dit verdienmodel wordt al druk geëxperimenteerd in de bouw en vastgoedsector. Op hightech producten als licht, liften en kopieermachines, maar ook met tapijt, inboedel en zelfs hele gebouwen. Doordat de producent eigenaar van een product blijft, wordt deze partij gestimuleerd om het product zo te ontwerpen dat het makkelijk te repareren is, zodat de restwaarde maximaal blijft. Het resultaat is dat producten, onderdelen en grondstoffen optimaal ingezet worden. Ook wordt de gebruiker beter bediend. Al met al een prima verdienmodel waar zowel de gebruiker als de leverancier van profiteert.

3. Levensduurverlenging (***)

Strategieën om de gebruiksduur van producten te verlengen kunnen een grote meerwaarde bieden op de lange termijn. Reparaties, risicoverschuiving en onderhouds- en energiekosten spelen hierbij een belangrijke rol. Eigenaren, gebruikers en leveranciers kunnen kosten besparen door beter te monitoren met behulp van Internet of Things (IoT) en (Big) Data. Ook door het slim plannen van onderhoud zijn er kosten te besparen. De gebruiksduur van producten als elektronica en meubilair neemt toe door ‘refurbishment’ en ‘remanufactering’. Voor de klant levert dit een kostenvoordeel en een beter product op, terwijl de leverancier meer over de gebruiksfase te weten komt. Tevens blijven leveranciers langer verbonden aan klanten en product door upgrades aan te brengen. Een effectief verdienmodel, zeker als het in combinatie met een product-dienstsysteem gebruikt wordt.

Om de gebruiksduur van gebouwen te verlengen is allereerst een goede uitvraag van de opdrachtgever nodig. Daarnaast is een goed ontwerp dat rekening houdt met alternatieve functies en tijdloze architectuur belangrijk. Bestaande gebouwen dienen gerestaureerd, gerenoveerd of getransformeerd te worden.

4. Deelplatformen (*)

Deelplatformen bieden een antwoord op het toenemende ruimtegebrek in grote steden. Of het nu om parkeerplaatsen, woonruimte, kantoorruimte of stallingsruimte gaat. De start-ups met een verdienmodel gebaseerd op een deeleconomie schieten uit de grond (succesvol zijn o.a. Blablacar, Airbnb en Peerby). De vraag rest in hoeverre dit toepasbaar is bij circulair bouwen. Een voorbeeld in de bouw is FLOOW2 (uitwisselen van assets waaronder werknemers). In de exploitatiefase bieden andere platformen volgens het deelprincipe de mogelijkheid om de waarde van gebouwen te optimaliseren. Hierbij moet je denken aan werkplekken, parkeerplaatsen, appartementen, zalen en zelfs sportruimten. Ondanks dat deze platformen helpen om meer te delen en echt wel wat bijdrage leveren aan het bouwproces, is dit niet het effectiefste verdienmodel van de vijf.

5. Waardeterugwinning (**)

Hoogwaardig hergebruik van producten, onderdelen en grondstoffen is vrijwel altijd mogelijk. Bij bestaande bouw is dit vaak nog intensief en complex. Om die reden is het belangrijk dat er bij de aanbesteding rekening gehouden wordt met de sloopfase. In een circulaire economie zal niet alleen de locatie van een gebouw de waarde bepalen, maar worden ook de grondstoffen in het gebouw op waarde geschat worden. Momenteel is sloop vaak nog rendabeler dan demontage. Wanneer er een overheidsverplichting voor circulaire inputs komt zal dat drastisch veranderen. ‘tweedehands’ producten zullen schaarser worden en in prijs stijgen. Hierdoor zal terugwinning wel rendabel worden.

Conclusie

Voor elke marktpartij in de bouw zijn de werkzaamheden anders. Om die reden raad ik aan om eens een kijkje te nemen naar de site van Circle Economy. Zij bieden tools, programma’s en services aan die een beslissing voor een of meerdere verdienmodellen makkelijker maakt. Zij richten zich met hun business voor een aanzienlijk deel op de Nederlandse markt, omdat Nederland voorloopt op het gebied van circulair ontwerpen en bouwen ten opzichte van andere Europese landen. Mochten jullie geïnteresseerd zijn in een volledig circulair bouwproject dan verwijs ik jullie graag door naar het project ‘Circle’ van ABN-AMRO.